dinsdag 29 oktober 2013

De Eerste Kamer bij het grof vuil?



Nu de regering met een aantal oppositiepartijen het zogenaamde Herfstakkoord heeft gesloten, is de discussie over het al of niet afschaffen van de Eerste Kamer geluwd, maar er hoeft maar weinig te gebeuren (denk aan het eerdere Kunduz of Lenteakkoord) of de overeenkomst heeft zijn uiterste houdbaarheid bereikt en de discussie over de Senaat zal opnieuw gevoerd gaan worden.
Wat is het probleem? Het huidige kabinet heeft in de Tweede Kamer een meerderheid, maar vormt - helaas voor Rutte en Samson - een minderheid in de Eerste Kamer. Dit heeft tot gevolg dat het kabinetsbeleid, waarvoor dus in de Tweede Kamer een meerderheid is, in de Eerste Kamer dreigt te worden afgeschoten, omdat de oppositiepartijen die daar meer zetels hebben, tegenstemmen. Dat is onlangs nog gebeurd met de plannen voor herziening van het pensioenstelsel, dat een centrale rol speelt in de bezuinigingsplannen van het kabinet Rutte II.

De Eerste Kamer - zo betogen veel tegenstanders - wordt hierdoor een politiek instrument, een soort doublure van de Tweede Kamer, terwijl dat nu net niet de oorspronkelijke opzet was.
De Eerste Kamer kwam in 1815 tot stand door splitsing van de Staten Generaal in een Tweede en Eerste Kamer (let op de volgorde!). Het gebeurde op speciaal verzoek van de Zuidelijke Nederlanden, die de adel een plaats in het parlement wilde geven. Aanvankelijk benoemde de koning de leden van de Eerste Kamer voor het leven. Later veranderde dat en werd bepaald dat de leden van de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.
Vanaf het begin lag het politieke primaat bij de Tweede Kamer (vandaar dat die hierboven als eerste werd genoemd). Voor de Eerste Kamer had men meer een rol in de luwte in gedachten: het moest een 'Chambre de Réflexion' zijn, met als taak het checken van het werk van de Tweede Kamer op kwaliteit en deugdelijkheid. In 19e eeuwse taal heette dat: "overijling in de raadplegingen voorkomen" en "...aan [...]driften heilzame palen stellen".

Al snel echter kwamen de twijfels aan het nut van de Eerste Kamer. Thorbecke, de grondlegger van ons parlementaire stelsel, noemde de Eerste Kamer in 1848 "zonder grond en doel" en voorzag dat de Senaat "waar zij niet gedwee volgt, slechts een aanleiding tot misnoegen en tweespalt [zal] zijn".
Tegenstanders van nu gebruiken dezelfde redenering: zolang de Eerste Kamer volgzaam het werk van de Tweede Kamer nog eens dunnetjes overdoet, is zij eigenlijk overbodig. Laten senatoren hun terughoudendheid varen, nemen zij een politieke rol aan, dan gaan zij hun boekje te buiten. Opheffen dus, die Eerste Kamer! Dat scheelt een hoop tijd en geld.
Om deze redenen hebben diverse landen met een tweekamerstelsel de Eerste Kamer al afgeschaft.

Maar - zo werd terecht in de Volkskrant* opgemerkt -: als de Senaat wordt opgeheven, wie neemt dan de toetsing van wetsvoorstellen aan grondwet, 'uitvoerbaarheid' en 'Europa' (waar de Tweede Kamer niet aan toe komt) over? In Duitsland wordt dit gedaan door het Bundesverfassungsgericht. Het Nederlandse equivalent hiervan is bijvoorbeeld de Raad van State. Maar die is weer niet gekozen.
De democratische legitimiteit van de Eerste Kamer is ook niet om naar huis te schrijven, gezien het feit dat de Eerste Kamerleden door de Provinciale Staten worden gekozen en de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen minder dan 50% is. Maar het is wél een gekozen orgaan.
Bovendien is voor opheffing van de Senaat een grondwetswijziging met 2/3 meerderheid in Tweede en Eerste Kamer nodig. Conclusie: voorlopig is de Eerste Kamer nog niet weg.

Meer weten over de Eerste Kamer?
In de Bushuisbibliotheek en andere bibliotheken van de UvA zijn een flink aantal titels over de Senaat te vinden. Allereerst is er het proefschrift van Bert van den Braak uit 1998: De Eerste Kamer: geschiedenis, samenstelling en betekenis, 1815-1995. 
Er is ook een interessante vergelijking tussen het Engelse House of Lords, de Duitse  Bundesrat, de Franse Sénat en onze Eerste Kamer door E.T.C. Knippenberg uit 2002.
Van meer recente datum  is er een bundel afkomstig van de SP, die net als de PVV, Groen Links en D66 al jaren voor opheffing van de Eerste Kamer pleit, getiteld:  De Eerste Kamer: de andere kant van het Binnenhof:, toen, nu, straks. (2011).
Tenslotte wil ik noemen het standaardwerk De eerste honderdvijftig jaar: parlementaire geschiedenis van Nederland 1796-1946 door J.Th.J. van den Berg en J.J.Vis (2013)

 *Artikel R. Giebels, Die Eerste Kamer, kan die niet weg? In: De Volkskrant d.d. 12-10-2013

vrijdag 6 september 2013

Academische vaardigheden voor politicologen


 

In navolging van de UvA-afdeling Sociologie, waar bij het vak Academische vaardigheden de bundel Sociologie als ambacht wordt gebruikt, hebben nu ook de UvA-politicologen een eigen bundel, getiteld Academische vaardigheden voor politicologen.
Een dergelijke bundel werd bij de UvA-opleiding politicologie al een tijd node gemist. Er waren wel diverse boeken over dit onderwerp beschikbaar, maar meestal was dan slechts een deel van zo'n boek van toepassing, dat dan weer gecombineerd moest worden met een hoofdstuk uit een ander boek etc.
Heel goed dus dat de UvA docenten POL Marcel Maussen en Madeleine Moret het initiatief namen tot deze bundel en als redacteurs hun mede-docenten zover kregen om afzonderlijke hoofdstukken te schrijven.
In het voorwoord schrijven Maussen en Moret, dat de bundel bedoeld is als nieuw handboek voor de bacheloropleiding politicologie. In dit studiejaar 2013-2014 zal het boek voor het eerst worden gebruikt in het 1e en 2e jaar en in het schakelprogramma. Aan de hand van ervaringen in de praktijk en opmerkingen/suggesties van studenten en docenten zal vervolgens een herziene editie worden gemaakt. 

Het boek ziet er flitsend uit (altijd meegenomen bij een vak dat door studenten over het algemeen niet als het meest flitsend wordt beoordeeld :-) ) en leest prettig door de heldere opmaak. 
Het eerste hoofdstuk (auteurs: Maussen en Moret) heeft als titel: 'Leren studeren'.Het tweede hoofdstuk gaat over zoeken en vinden van informatie en is geschreven door mijn collega Stefano Giani en mijzelf.
Marijke Mossink tekende voor de volgende twee hoofdstukken, resp. over conceptualisering en  argumenteren.In hoofdstuk 5 behandelen Sarah de Lange en Armen Hakhverdian onderzoeksvaardigheden, waarna Boris Slijper ingaat op algemene schriftelijke vaardigheden en het schrijven van een bachelorscriptie. Tenslotte zijn er nog hoofdstukken over presenteren (auteurs: Rik-Jan Brinkman en Bram Creusen) en academsiche ontwikkeling (auteur: Sander van Haperen).
Het boek is voor eerste- en tweedejaars studenten politicologie en schakelstudenten van de UvA voor 15 euro te koop bij de Onderwijsbalie in het Bushuis. 

woensdag 17 juli 2013

Geen bonen meer uit Kenia





Gisteren stond ik tuinbonen te oogsten op mijn volkstuin. Normaal doe ik dat al in juni, maar door het extreem koude voorjaar is alles later (maar dat terzijde).
Terwijl ik met die tuinbonen bezig was, bedacht ik hoe goed het voor het milieu zou zijn als iedereen zijn eigen bonen zou verbouwen. Ga maar na: er hoeven dan geen bonen meer te worden ingevlogen vanuit Kenia, ze hoeven ook niet meer met vrachtwagens naar supermarkten in het land te worden getransporteerd. Dat scheelt vast een heleboel in de CO2-uitstoot!
Die gedachte van mij is bepaald niet nieuw. In 2005 startte de Engelse milieu-activist Rob Hopkins in zijn woonplaats Totnes (Devon) de Transition Town-beweging. Centraal punt in zijn theorie is het begrip "peak oil". Hiermee wordt het moment aangeduid dat fossiele brandstoffen, met name olie, op zullen raken (of zo schaars worden dat zij niet meer te betalen zijn).  Om ons voor te bereiden op dit post-olietijdsperk stelt Hopkins voor lokale gemeenschappen (steden, dorpen, wijken) zelfvoorzienend te maken. Immers, als er geen olie meer is, is er geen vervoer, komt het voedsel niet meer naar ons toe en kunnen we de nutteloze asfaltwegen beter opbreken en er moestuinen van maken. Behalve hun eigen voedsel verbouwen moeten de inwoners van zo'n Transition Town ook hun eigen energie opwekken, hun gezondheidszorg zoveel mogelijk lokaal organiseren en het onderwijs richten op zelfvoorziening.
In 2008 zette Hopkins zijn ideeen en ervaringen op papier en publiceerde The Transition Handbook: from oil dependency to local resilience (in 2009 in een Nederlandse vertaling verschenen onder de titel Het transitie handboek: van olie-afhankelijkheid naar lokale veerkracht).
Hopkins kreeg enthousiast navolging, eerst in Engeland zelf, later ook in Europa, de VS en andere delen van de wereld. In Nederland waren begin 2010 al meer dan 60 lokale TT-initiatieven: in grote steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag, maar ook in tal van kleinere gemeenten.
Mij persoonlijk spreekt het beeld van asfalt vervangen door moestuinen zeer aan. Een paar jaar geleden zag ik een documentaire op TV over het Amerikaanse Detroit, dat ooit een zeer dichtbevolkte en welvarende stad was, maar sinds de economische crisis en teloorgang van de autoindustrie kampt met leegstand, verpaupering en criminaliteit. De documentaire liet zien hoe door middel van urban farming tussen de dichtgetimmerde huizen geprobeerd werd het tij te keren.
Het interessante is dat het streven naar een meer duurzame samenleving zich niet beperkt tot energie of landbouw, maar zich ook uitstrekt naar andere sectoren van de maatschappij: de welzijnssector, gezondheidszorg en vooral dat burgers geleidelijk aan een andere houding ontwikkelen ten opzichte van de overheid. Burgers nemen het heft in eigen hand, vormen cooperaties en gaan zo hun eigen energie opwekken of hun eigen zorg organiseren.

Sociale wetenschappers, ook die van de UvA,  zijn al volop met dit onderwerp bezig. Het gaat er daarbij ondermeer om hoe je dit soort veranderingsprocessen vanuit het beleid moet zien. Zo publiceerde UvA hoogleraar beleidswetenschappen John Grin in 2010 samen met Jan Rotmans en Johan Schot het boek Transitions to sustainable development: new directions in the study of long term transformative change. Dit boek is aanwezig in de Bushuisbibliotheek onder nummer 313: 43.00 533.
In diezelfde reeks 'Routledge studies in sustainable transitions' zijn ook verschenen (en door de Bushuisbibliotheek aangeschaft):
- G. VERBONG & D. LOORBACH (eds), Governing the energy transition: reality, illusion or necessity? (2012)
- G. SPAARGAREN, P.OOSTERVEER en (UvA politicologe) A.LOEBER (eds),  Food practices in transition: changing food consumption, retail and production in the age of reflexive modernitiy (2012).

zaterdag 22 juni 2013

Lokale bestuurscultuur


Op 16 juni 2008 liep de restauranthouder Ahmet O. gewapend het stadhuis van Almelo binnen en gijzelde daar een wethouder en vier ambtenaren. Reden: de gemeente had hem ten onrechte keer op keer vergunningen voor zijn horecaonderneming geweigerd en dat was hij zat.
In haar boek Procedures en pistolen: over een gijzeling, de overheid en het publiek heeft schrijver/onderzoeker Mirjam Pool dit drama tot uitgangspunt genomen om de veel besproken kloof tussen burgers en overheid aan de orde te stellen.Zij heeft betrokkenen geinterviewd, de gijzeling van minuut to minuut beschreven en ook de invloed van de media onderzocht. Met de publieke opinie rond dit gebeuren was iets opmerkelijks aan de hand: die keerde zich - mede onder invloed van een programma als Pauw en Witteman -  nl. niet tegen de gijzelnemer, maar tegen de gemeente. De burgers van Almelo en ver daarbuiten bleken zich massaal te herkennen in de klachten van Ahmet O.: er was sprake van willekeur bij de gemeente, ambtenaren kwamen hun toezeggingen niet na en bestuurders verleenden gunsten aan burgers.
In feite - zo stelt Pool - had de gemeente echter het volste recht om de gevraagde vergunningen aan O. te weigeren. De ondernemer had nl. geld geleend bij een dubieuze financier, zodat de vrees gerechtvaardigd was dat de zaak uit crimineel geld werd betaald. Maar de boze burgers van Almelo hadden hier geen boodschap aan en gingen nog harder te keer tegen de (vermeende) willekeur.
De oorzaak van alle ellende was en is volgens Pool dat de gemeente Almelo te weinig bureaucratie had: de ambtenaren en bestuurders waren zó toegankelijk en benaderbaar, dat de benadeelde burger altijd iets kon regelen. Op die manier bevestigde de gemeente volgens Pool onbedoeld de indruk van willekeur.
Toen de bestuurders vervolgens met de volkswoede na de gijzeling werden geconfronteerd, deden zij ook nog eens het verkeerde: ze gingen 'erboven' staan, wat de zaak nog erger maakte.

Terwijl ik de conclusie van Pool (weinig bureaucratie leidt tot willekeur) nog aan het verwerken was, las ik in het Haarlems Dagblad* opnieuw over de gapende kloof tussen burgers en overheid. Alleen waren bestuurders en ambtenaren hier juist niet benaderbaar, sterker nog: zij verboden een bepaalde burger nog langer het stadhuis te betreden!
Plaats van handeling is de gemeente Bloemendaal, waar ambtenaren het al jaren aan de stok hebben met twee broers, Rob en Hans Slewe, ondernemers en  sinds een paar jaar eigenaars van het landgoed Elswoutshoek in Overveen. De broers wilden het landgoed en daarop staande villa restaureren, maar werden in hun ogen op allerlei manieren door de gemeente tegengewerkt en onheus bejegend: ambtenaren maakten denigrerende opmerkingen, hielden stukken achter, weigerden vergunningen te verlenen en informeerden zelfs buren over het bezwaar maken tegen bepaalde aanvragen van de broers.
De ambtenaren op hun beurt vonden vooral Rob Slewe buitengewoon lastig: hij legde buitensporig veel beslag op hun tijd en kwam zo vaak langs op het gemeentehuis en stuurde zo veel e-mails dat ambtenaren er overspannen van raakten en spraken van 'íntimidatie'.  (Eigenlijk dus ook een soort gijzeling, maar dan zonder pistool :-) ).
Een externe commissie heeft onlangs de klachten van de heer R.Slewe onderzocht en hem op een aantal punten gelijk gegeven, maar niet op alle, waardoor zowel hij als de gemeente de uitkomst als overwinning voor zichzelf presenteren.De burgemeester van Bloemendaal, Ruud Nederveen, laat intussen weten geen hekel te hebben aan Rob Slewe.
De opmerkingen die het meeste hout snijden komen volgens mij echter van Henri Beunders, hoogleraar maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit, die in het artikel ook zijn visie geeft op dit conflict. Hij wijst op het feit dat de broers kennelijk niet in de Bloemendaalse cultuur passen:
"Ze hebben geen invloedrijke vriendjes en spelen geen golf met de wethouder. En ze zijn op de 'verkeerde' manier rijk geworden. Bovendien is het ongebruikelijk om zelf je zaken met de gemeente te regelen, in plaats van dat over te laten aan een gehaaide advocaat. Met de juiste connecties was iets regelen geen punt geweest. Maar in dit geval geef je ambtenaren de mogelijkheid om de regels heel precies toe te passen. Dat klopt niet. Bestuur mag niet partijdig zijn."
Beunders besluit somber met de opmerking dat hij niet zou weten hoe je dit conflict zou moeten oplossen. Hij ziet procederen als enige uitweg.
Met de laatste woorden uit het citaat hierboven ben ik het 100% eens: bestuurders mogen niet vooringenomen of partijdig zijn.
Conclusie: de kloof tussen burger en overheid is nog lang niet gedicht.

Het boek van Pool, Procedures en pistolen is binnenkort beschikbaar in de Bushuisbibliotheek.
* Artikel 'Blunders in Bloemendaal', door Margot Klompmaker, Haarlems Dagblad d.d.11-6-2013.
Zie ook Tom Jan Meeus o.a. over het boek van Pool in de Volksrant d.d. 26-5-2013

dinsdag 30 april 2013

Nieuwe koning en nieuwe eBooks




Terwijl ik deze post schrijf heb ik de televisie aanstaan en is te zien hoe 2000 genodigden (hoogwaardigheidsbekleders en ook wat gewone Nederlanders) de Nieuwe Kerk in Amsterdam binnenstromen, waar straks de inhuldiging van koning Willem Alexander gaat plaatsvinden.
De titel van dit stuk "Nieuwe koning en nieuwe eBooks" is wat eigenaardig, want het één is natuurlijk geen oorzakelijk gevolg van het ander. Ik heb de twee aan elkaar gekoppeld omdat het aftreden van Beatrix mij to nadenken stemde, met name over wat er in haar regeerperiode van 33 jaar allemaal veranderd is. En dat is heel veel.

Om het even te beperken tot bibliotheken: toen Juliana in 1980 plaats maakte voor haar dochter, hadden wij in de toenmalige Bibliotheek Politicologie nog kasten vol met kamerstukken, boeken, (partij)brochures, papieren tijdschriften, congrespapers, overdrukken etc. Internet in de huidige vorm was er nog niet, dat kwam pas rond 1991.
Nu zijn de kamerstukken volledig gedigitaliseerd (zie www.statengeneraaldigitaal.nl), tijdschriften zijn grotendeels eJournals geworden en ook boeken worden steeds vaker in de online-versie aangeschaft.
(Directies van) bibliotheken omarmen eBooks als dé oplossing voor ruimtegebrek. Sommige gebruikers zijn wat minder enthousiast, omdat zij een boek liever niet van het scherm af lezen. Maar voor studenten en medewerkers is het een uitkomst: zo'n boek is nooit uitgeleend en je hoeft niet te reserveren.
Een minpuntje is misschien dat de meeste eBooks voor slechts één of een paar personen tegelijk raadpleegbaar zijn. Dat betekent dat je soms toch even zult moeten wachten tot je het boek op je scherm krijgt. Ook de printcondities verschillen.

Niettemin hebben wij bij de Bushuisbibliotheek in overleg met de docenten van Politicologie (vertegenwoordigd in het Gebruikerspanel Politicologie) besloten om juist de literatuur die voor werkgroepen en colleges verplicht wordt gesteld in eBook aan te schaffen. Dat zal niet altijd lukken, omdat er van sommige publicaties nog geen online-versie bestaat, maar er wordt in ieder geval naar gestreefd. Voor studenten heeft dit beleid tot gevolg dat zij sommige (dure) boeken niet hoeven aan te schaffen en dat (een deel van) de verplichte literatuur altijd beschikbaar is.

Omdat eBooks bij de UvA (nog) niet verschijnen op de overzichten van nieuwe aanwinsten geef ik  hier de titels van eBooks die sinds december 2012 door de Bushuisbibliotheek zijn aangeschaft:


A. SCERRI, Greening citizenship: sustainable development, the state and ideology. (2012)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003434987



H.P. Kriesi e.a., Political conflict in Western Europe (2012)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003438715





J. EARL & K.KIMPORT, Digitally enabled social change activism in the
internet age (2011)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003435617



S.P. HUNTINGTON, The third wave: democratization in the late twentieth
century (1993)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003437378




V.MOROZOW(ed), Decentring the west: the idea and the struggle for hegemony (2013)

http://permalink.opc.uva.nl/item/003446876



H.J. WIARDA, Culture and foreign policy: the neglected factor in international relations (2012)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003446864


































































































vrijdag 15 maart 2013

Makkelijker thuis toegang tot e-journals en databases van de UvA


Door de invoering van een nieuw systeem, EZProxy geheten, hebben UvA-medewerkers en studenten sinds 8 maart 2013 geen VPN meer nodig wanneer zij thuis of elders buiten het UvA domein toegang willen krijgen tot de e-journals en databases van de UvA. Wanneer u via de website van de Bibliotheek (Catalogus of Catalogus Plus) een e-journal of database opent, volstaat het inloggen met uw UvAnetID om toegang te krijgen. Dit hoeft slechts één keer per browser-sessie.


Google Scholar
Wanneer u gewend bent de digitale bronnen van de Bibliotheek via Google Scholar te benaderen, moet u eerst een link creëren tussen Google en de UvA. Dat doet u als volgt:

1. Ga naar Google Scholar’s Instellingen (rechts bovenin)
2. Zoek in het veld Bibliotheeklinks naar University of Amsterdam
3. Selecteer University of Amsterdam-UvA Linker en bewaar uw instellingen
4. Ga uw zoekactie doen in Google Scholar
5. Klik op het UvA Linker-symbool, dat rechts van de gevonden titels verschijnt en u wordt gevraagd uw UvAnet ID in te voeren.


Quick links
Als u thuis werkt en gewend bent om bookmarks te gebruiken, dan moet u ze misschien veranderen om zonder VPN toegang te krijgen tot onze databases. Hierbij een paar handige links, waarmee u snel toegang krijgt tot de bibliotheekbronnen:

• Catalogus Plus (vervanging voor de ‘de digitale bibliotheek’): http://lib.uva.nl

• The UvA Discipline pagina voor Politicologie: http://uba.uva.nl/disciplines/disciplines/disciplines/content/folder/politicologie/politicologie.html

Mocht u stabiele links nodig hebben om toegang te krijgen tot e-journals en databases, dan kunt u contact met mij opnemen. UvA VPN blijft trouwens wel bestaan (meer informatie hier). Voor andere vragen met betrekking tot de nieuwe thuis-toegang kunt u terecht bij UBA-coach.

* Met dank aan collega's Janneke Staaks en Stefano Giani









woensdag 20 februari 2013

De protestpartij


Komend weekend zijn er parlementsverkiezingen in Italie. Een van de partijen die naar verwachting hoge ogen gaat gooien is Movimento 5 Stelle, afgekort M5S.
Zoals de naam al aangeeft is M5S niet zozeer een politieke partij als wel een beweging. Centrale figuur is de 64-jarige komiek/cabaretier Beppe Grillo, die al jarenlang in zijn programma's en vooral ook op zijn blog tekeer gaat tegen falende bestuurders, corrupte en zichzelf verrijkende politici en financieel wanbeleid bij (staats)bedrijven.
Via zijn blog bouwde Grillo een leger van aanhangers op, grillini genoemd, waaruit in 2009 de M5S ontstond. Dat Grillo zo populair is, heeft natuurlijk alles te maken met de corruptieschandalen, die in Italie aan de orde van de dag zijn en onder de bevolking een wijdverbreide afkeer van politici hebben doen ontstaan.
Vorig jaar won M5S de gemeenteraadsverkiezingen in Parma , vervolgens werd ze de grootste partij bij de regionale verkiezingen op Sicilie en nu doet M5S dus voor het eerst mee met de landelijke verkiezingen.
Dat doet ze trouwens op een andere manier dan andere partijen. M5S is een echte internetbeweging.
Grillo houdt via internet contact met zijn grillini. Ook de selectie van de kandidaten voor het parlement verliep digitaal. Dat kwam Grillo, die zelf niet het parlement in wil, overigens op nogal wat kritiek te staan omdat het onvoldoende transparant werd geacht.
Op Twitter heeft Grillo 870.000 volgers, tegen 250.000 voor Bersani, de kandidaat van centrum-links (Partito Democratico). De andere twee spelers in deze verkiezingen, Berlusconi met zijn Partito della Liberta en Monti tellen op Twitter niet echt mee. Logisch dus dat vooral jongeren zich door Grillo voelen aangesproken.
Probleem bij een protestpartij als M5S is echter: wat te doen als zo'n partij moet gaan regeren? Vrij vertaald: je kunt wel roepen dat politici zakkenvullers zijn en dat de oude garde moet oprotten, maar wat ga je zelf doen als je aan de macht bent?
Grillo wil gratis internet voor iedereen en hij wil een referendum over de door hem verafschuwde euro. Verder wil hij de overheidssubsidie voor politieke partijen afschaffen, de onroerend goed-belasting schrappen en vooral de riante salarissen van topbestuurders inperken. Wat veel Italianen (en niet alleen de jongeren) ook aanspreekt, is dat hij geen onderonsjes wil met andere partijen.
Dat laatste lijkt me echter toch moeilijk worden, want Grillo gaat volgens de laatste peilingen ca. 16% van de stemmen halen. Dan zul je toch met andere partijen een coalitie moeten sluiten om te kunnen regeren. De koploper in de peilingen is Bersani met 35%, op de voet gevolgd door mediamagnaat Berlusconi met 29% en ietwat sneu onderaan bungelend  met 14 % de technocraat Monti,  met wie Europa zo blij was, nadat Berlusconi het politieke toneel had verlaten. Het is bijna niet voorstelbaar dat Silvio Berlusconi, na alles wat er gebeurd is, weer de verkiezingen zou winnen. maar in Italie weet je het nooit.

Voor wie de Italiaanse verkiezingen op internet wil volgen, maar geen Italiaans spreekt/leest geeft Marcel Leijendekkers (journalist en auteur van het boek  Het land met de krul uit 2012) in de NRC van 11-2-2013 een overzicht van Italiaanse websites, waar (incidenteel) artikelen in het Engels worden vertaald, zoals ansa.it (persbureau Ansa) en italiadallestero.info. Van de websites van de bovengenoemde partijleiders is er alleen bij die van Grillo een Engelse versie: beppegrillo.it.

Over Berlusconi zijn boekenkasten volgeschreven. Meest recente publikatie is Berlusconi en de Italianen van journalist Beppe Severgnini (2011).
Over Bersani is er alleen een interview uit 2011 Pier Luigi Bersani: per una buone ragione. (Bersani: om een goede reden).