maandag 28 april 2014

Democratie in Europa




Als de opkomst bij verkiezingen een graadmeter is voor het vertrouwen van mensen in de politiek, dan is het met dat vertrouwen slecht gesteld. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2014 ging slechts 53% van de kiesgerechtigden stemmen en voor de Europese verkiezingen straks op 22 mei wordt een zelfde dramatisch lage opkomst gevreesd.
Na de lokale verkiezingen in maart sprak menig politicoloog zijn of haar bezorgdheid uit over de bedreigde democratie. Gerrit Voerman bijvoorbeeld, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, stelde dat door de lage opkomst bij verkiezingen draagvlak en legitimiteit van de gekozen organen in het gedrang komen.* Anderen wezen op het dalend aantal leden van politiek partijen en de kleine verschillen tussen de partijen, waardoor de vraag rijst of er nog iets te kiezen valt.
Sinds kort klinkt echter een fris tegengeluid in de vorm van het boek Wankele democratie: heeft de democratie haar beste tijd gehad?**, geschreven door Jacques Thomassen, emeritus -hoogleraar PolitiekeWetenschappen aan de Universiteit Twente,  Rudy Andeweg, hoogleraar empirische politicologie aan de Unversiteit Leiden  en Caroline van Ham, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Twente.
Niks geen legitimiteitscrisis is kortgezegd hun boodschap. De opkomst vertoont inderdaad een dalende trend als je alle verkiezingen bekijkt (gemeente, provincie, nationaal en Europa), maar bij verkiezingen voor de Tweede Kamer is die trend er niet. Na de afschaffing van de opkomstplicht was de opkomst in 1972 80% en dat cijfer schommelt na ruim 40 jaar nog steeds rond de 75-85%.
Het aantal leden van politieke partijen was ten tijde van de verzuiling meer dan 700.000. In de jaren zestig daalde dit naar 300.000, maar is sinds die tijd ongeveer gelijk gebleven (wel - geeft men toe - met een toenemende bevolking!)
En met de tevredenheid van Nederlanders over hun democratie zit het ook wel snor. Volgens de Eurobarometer, die het functioneren van de democratie in Europa onderzoekt, is 75% van de Nederlandse bevolking tevreden. Daarmee vormt Nederland samen met Scandinavie de top in Europa. Engeland, Frankrijk, Duitsland en Belgie zitten op 60%, terwijl de tevredenheid in Zuid-Europese landen zich tussen 10 en 30%  bevindt.
De auteurs signaleren wel problemen, zoals volatiliteit en versnippering. Volatiliteit is het (toegenomen) aantal stemmers dat per verkiezing van partij wisselt. Met versnippering wordt bedoeld dat voorheen drie grote partijen het overgrote deel van de stemmen binnenhaalden, terwijl dat nu alleen nog middelgrote partijen zijn. Maar met de legitimiteit van ons stelsel is - nog steeds volgens Thomassen cs - geen probleem.


 Hierbij een aantal titels, waarbij niet de Nederlandse democratie maar die van Europa het onderwerp van onderzoek is.
Twee zijn door de Bushuisbibliotheek als eBook aangeschaft, een (dat van Wolff) is in bestelling als  gedrukt boek.

 Sandra Kröger  & D. Friedrich (2012), The challenge of democratic representation in the European Union. Palgrave MacMillan.
Zie www.uba.uva> Zoeken in de Catalogus
 http://permalink.opc.uva.nl/item/003476100








Corinna Wolff (2013), Functional representation  and democracy in the European union. Colchester: ECPR Press.

 Sandra Kröger & O. Abingdon (2014), Political representation in the European union: still democratic in times of crisis? New York:  Routledge
http://permalink.opc.uva.nl/item/003487889
















* Volkskrant, d.d.20-3-2014
** Binnenkort beschikbaar bij de Bushuisbibliotheek

dinsdag 4 maart 2014

Digitale aanwinstenlijst politicologie



Sneller dan gedacht zijn er nu digitale aanwinstenlijsten gesorteerd op onderwerp beschikbaar op de disciplinepagina's van de Bibliotheek van de UvA. Het handige is dat daarbij niet alleen gedrukt materiaal maar ook eBook-titels worden vermeld. Hulde dus aan de UB, dat dit zo snel gerealiseerd kon worden!
De aanwinstenlijst politicologie en internationale betrekkingen staat op de disciplinepagina Politicologie te bereiken via www.uba.uva.nl > Disciplines > Politicologie
Of via deze links:
Nederlands  http://opc.uva.nl/new-books/new-books-fmg-p60.html
Engels  http://opc.uva.nl/new-books/new-books-fmg-p60.html?lng=Political%20Science






dinsdag 4 februari 2014

Nieuwe eBooks politicologie en internationale betrekkingen

Omdat eBooks (nog) niet in de aanwinstenlijst worden opgenomen volgt hieronder een overzicht van de door de Bushuisbibliotheek in het afgelopen half jaar aangeschafte eBooks op het terrein van politicologie en internationale betrekkingen:


C. J. ANDSERSON, Loser's consent: elections & democratic legitimacy (2005)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003469269

I. BACHE, Multi-level Governance in the European Union (2012)
 http://permalink.opc.uva.nl/item/003469260

M. BARNETT & J. STEIN (eds), Sacred aid: faith and humanitarianism (2012)
 http://permalink.opc.uva.nl/item/003469275

F. CAVATORTA & V. DURAC, Civil society and democratization in the Arab world : the dynamics of activism (2011)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003452965

M. GIRMA, Understanding religion and social change in Ethiopia : towards a hermeneutic of covenant (2012)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003477111

A.A. JAMAL, Barriers to democracy : the other side of social capital in Palestine and the Arab world (2007)


J. KAARBO, Coalition politics and cabinet decision making : a comparative analysis of foreign policy choices (2012)

B. KOHLER-KOCH & C.QUITTKAT, De-mystification of participatory democracy : EU-governance and civil society (2013)
 http://permalink.opc.uva.nl/item/003461535


S. KROGER & D. FRIEDRICH (eds), The challenge of democratic representation in the European Union (2012)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003476100

Ch. METHMANN e.a. (eds), Interpretive approaches to global climate governance : deconstructing the greenhouse (2013)


M.L. ROSS, The oil curse: how petroleum wealth shapes the development
 of nations (2012).
http://permalink.opc.uva.nl/item/003452855


N.S.TEIXEIRA (ed), The international politics of democratization:comparative perspectives (2008)
http://permalink.opc.uva.nl/item/003452968

G. TRUMBULL, Strength in numbers : the political power of weak interests (2012)
 http://permalink.opc.uva.nl/item/003468005

Naast deze afzonderlijke titels hebben wij ook een eBook pakket van Palgrave aangeschaft met daarin ca. 300 titels gepubliceerd in 2013.
Zie  http://www.palgraveconnect.com/pc/connect/info/title_lists.html en klik vervolgens onder Political & International Studies op 2013.
Al deze titels zijn inmiddels ook al opgenomen in de UvA Catalogus en op die manier binnen de UvA omgeving te downloaden.Zie www.uba.uva.nl > Zoeken in de Catalogus.

dinsdag 24 december 2013

Van plofkip naar participatiesamenleving

Nog een week en het jaar 2013 zit er op.
Inmiddels vliegen ons de lijstjes weer om de oren: Politicus van het Jaar, Sportman- en vrouw van het Jaar, Woord van het Jaar.

Over dat laatste wil in het hier hebben: de verkiezing van het woord van het jaar door het Genootschap Onze Taal. In 2012 was het winnende woord : 'plofkip'. Dit jaar waren genomineerd woorden als selfie, koninglied, participatiesamenleving, afluisterschandaal, Pietitie, socialbesitas en 3D-printer. Glansrijke winnaar van deze competitie is geworden: 'de participatiesamenleving'.  

Het schijnt dat toenmalig premier Wim Kok de term in 1991 als eerste heeft gebruikt. En in september dit jaar haalde Koning Willem-Alexander het woord weer van stal, toen hij in de Troonrede meldde dat '...de klassieke verzorgingsstaat plaats moet maken voor een participatiesamenleving, waarin iedereen wordt gevraagd zijn of haar eigen verantwoordelijkheid te nemen'. De term 'participatiesamenleving'  wordt vaak in verband gebracht met de zorg, maar strekt zich uit over vrijwel alle sociale voorzieningen van bibliotheek, buurthuis en ouderenzorg tot wijkbeheer, jeugdhulpverlening en arbeidsreintegratie. Het gaat kortom om een herziening van de verzorgingsstaat.
In mei van dit jaar las ik over deze ontwikkeling een interessante beschouwing in de NRC* van de hand van Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak, resp. bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap en hoogleraar Algemene Sociologie aan de UvA. De prikkelende titel van hun artikel luidde: "Wie wil er nu gedoucht worden door de buurman?".
Tonkens en Duyvendak beschrijven hoe de politiek stapsgewijs onder het mom van financiele noodzaak rechten uit de AWBZ schrapt en de burgers voorhoudt, dat zij minder van de overheid moeten verwachten en meer voor elkaar moeten gaan zorgen. De hulp geleverd door mantelzorgers en vrijwilligers,  wordt daarbij niet alleen als goedkoper maar ook als  'warmer' en 'menswaardiger' voorgesteld, dan de overgereguleerde en 'ontmenselijkte'  zorg, verleend door professionele hulpverleners.
Maar hoe wil de overheid de burgers in beweging krijgen? Door op het gevoel te werken, zodat mensen zich moreel verplicht voelen om nieuwe zorgtaken op zich te nemen. Tonkens en Duyvendak noemen dit 'affectief burgerschap': het creeren van zorgzame burgers, die door affectieve banden in beweging komen. Die positieve gevoelens koesteren voor elkaar en hun omgeving en door die gevoelens betrouwbare vervangers van betaalde krachten zullen zijn.

Helaas voor de overheid signaleren de auteurs een flink aantal valkuilen. Zo is het aantal overbelaste mantelzorgers  (voor wie de mantelzorg ten koste van eigen gezondheid en welbevinden gaat) groeiende. Verder dreigt het grotere beroep op mantelzorgers en vrijwilligers  tot grotere sekseongelijkheid te leiden. Het zijn nl. vooral vrouwen die mantelzorg verlenen en/of vrijwilligerswerk doen. Zij worden hierdoor niet alleen teruggestuurd naar het aanrecht, maar ook naar de wastafel en het bed. Dan is er nog het feit dat de meeste mensen m.b.t. intieme handelingen zoals douchen liever afhankelijk zijn van professionele hulp. Tenslotte dreigt het affectieve burgerschap te verworden tot horig burgerschap: de burgers krijgen nl. wel extra verantwoordelihjkheden, maar geen extra zeggenschap.

Het boek Als meedoen pijn doet: affectief burgerschap in de wijk  onder red. van Evelien Tonkens  & M. de Wilde is te leen bij de Bushuisbibliotheek (313: 88.20 136). Zie ook: De affectieve burger: hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid onder redactie van T. Kampen, L. Verplanke, I. Verhoeven e.a. (313: 88.20 137)

In verband met de feestdagen is de Bushuisbibliotheek gesloten van 25 december 2013 t/m 1 januari 2014. Voor de openingstijden van het Studiecentrum Bushuis tussen Kerst en Oud en Nieuw zie het schema op de website van de UvA-bibliotheek.

* NRC 11 mei 2013

woensdag 27 november 2013

De hulpillusie


Wanneer - zoals recent op de Filippijnen - een orkaan hele steden en dorpen wegvaagt, en de lokale bevolking dakloos maakt, is het duidelijk dat humanitaire hulp moet worden geboden. Toch heeft de Nationale Hulpactie voor de Filippijnen in Nederland 'slechts' 25 miljoen euro opgebracht (tegen ca. 200 miljoen voor de slachtoffers van de tsunami in 2004). Ongetwijfeld zal de economische crisis hierbij een rol spelen, maar het geeft ook aan dat er door veel mensen anders tegen ontwikkelingshulp wordt aangekeken dan pakweg 20 jaar geleden.
Heeft die hulp wel zin? Komt het echt terecht bij de mensen die het nodig hebben? En wat blijft er van al die gedoneerde euro's aan de strijkstok hangen? Niet alleen de doorsnee televisiekijker stelt zichzelf deze vragen, ook wetenschappers kiezen meer en meer ontwikkelingshulp als onderwerp van onderzoek.
Zo proberen ontwikkelingseconomen tot een kosten-baten analyse te komen, die non-profit organisaties meestal achterwege laten (wat hebben  alle muggennetten, waterputten en scholen opgeleverd?) Daarnaast wordt volop nagedacht over andere manieren van hulp geven, waarmee het huidige, falende systeem van ontwikkelingsghulp kan worden doorbroken.


Iemand die al decennia geleden is begonnen met het meten van ontwikkelingshulp is de Schot Angus Deaton. In  een interessant interview, onlangs in De Volkskrant*, stelt hij dat ontwikkelingshulp niet alleen zinloos is, maar dat de drang van het Westen om 'goed te doen' zelfs vaak averechts werkt. In 2011 is wereldwijd 133 miljard dollar (98 miljard euro) aan ontwikkelingshulp uitgegeven. Dat zou voldoende moeten zijn om aan de nood van een miljard mensen onder de armoedegrens (1,25 dollar per dag) enigszins tegemoet te komen. Toch leeft nog steeds een groot deel van de wereldbevolking in bittere armoede en blijken de landen die het meeste geld hebben ontvangen, de minste welvaartsstijging te laten zien. Dat komt volgens Deaton doordat corrupte landen het ontwikkelingsgeld gebruiken om hun eigen machtspositie te versterken. De kans dat zo'n regering het geld gebruikt voor publieke diensten als onderwijs en zorg is nihil..
Conclusie: armoede is niet louter het gevolg van gebrek aan middelen, maar vooral van 'slecht bestuur, giftige politiek en niet-functionerende instituties'.
In zijn boek The great escape: health, wealth and the origins of inequality (2013) vergelijkt Deaton de verschrikkelijke leefomstandigheden van arbeiders in het 19e eeuwse Londen met die van textielarbeiders in Bangladesh nu. Maar waar de Engelse arbeiders door economische groei en wetenschappelijke vooruitgang aan gebrek en ziekte konden ontsnappen, bleven de burgers van de voormalige Britse kolonien hangen in armoede en ongelijkheid. Economische groei in de Derde Wereld leidt niet automatisch tot welvaart, het vergroot zelfs de ongelijkheid. Dat komt - aldus Deaton -   opnieuw door slecht bestuur en het onbreken van mondige burgers. Vandaar dat hij hamert op het belang van onderwijs, democratisering en mobilisering van burgers.
In plaats van ontwikkelingshulp geven, zouden we volgens Deaton de industrie moeten steunen om medicijnen en vaccins te ontwikkelen tegen tropische ziekten. Verder moeten we iets doen aan de handelsbeperkingen, waardoor arme landen niet mee kunnen profiteren van de globalisering.

 Overigens is Deaton nog wel voor hulp geven bij humanitaire rampen. Maar hoe omzeil je dan de corrupte regering en de falende instituties? Met die vraag zijn weer andere wetenschappers bezig (zie het artikel 'Eperiment armoede'  van T. Mudde in de Volkskrant van 23-11-2013).
Zo heeft de Amerikaanse onwikkelingseconoom Paul Niehaus een aantal jaren geleden de organisatie Give Directly opgericht met als doel de armen in Afrika direct en zonder voorwaarden geld te geven. Geen waterputten of scholen, maar contant geld. In West-Kenia selecteerden Niehaus en zijn medewerkers een groep bewoners van een huis met dak van gras (hetgeen een sterke voorspeller van armoede is).Een deel van die bewoners kreeg door loting een bedrag van 800 euro (ca. een half jaarinkomen), de andere bewoners (de controlegroep) kregen niets.
Traditionele ontwikkelingswerkers vreesden dat de gelukkigen het geld zouden uitgeven aan alcohol, tabak of gokken, maar dat bleek geenszins het geval. De bewoners die geld hadden ontvangen bleken hiermee rationeel om te kunnen gaan: ze kochten een koe of vervingen hun grasdak (dat heel erg lekt)  door een dak van metaal. Een van hen kocht behalve een nieuw dak ook een motor en verhuurt zichzelf nu als taxichauffeur. Hierdoor kon hij zijn oude werk (stenen sjouwen voor 2 dollar per uur) vaarwel zeggen en lijden zijn kinderen niet langer honger.Vergeleken met de de controlegroep (die geen geld kreeg) stegen de inkomsten van de geldontvangers uit vee met 48% en die uit ondernemerschap met 38%.
Deze aanpak lijkt dus een positief effect te hebben, al moet direkt  worden opgemerkt dat wat in het ene land goed werkt in een ander land helemaal niet mogelijk is. In Kenia heeft bijna iedereen een mobiele telefoon en kan men op die manier geld aan elkaar overmaken. Zonder deze infrastructuur had GiveDirectly met koffers vol contact geld door het land moeten trekken, had voor  dure beveiliging moeten zorgen etc.
Ook dringt zich de vraag op het ethisch geoorloofd is om een dergelijk sociaal experiment uit te voeren: om de ene arme bewoner een heleboel geld te geven en de andere even arme bewoner niets (al zeggen de onderzoekers dat er zich geen merkbare spanningen voordeden tussen geldontvangers en degenen die niets kregen).

Het boek van Deaton is te leen in de Bushuisbibliotheek en staat daar op de plank onder nummer 83.14 048.

 * De Volkskrant d.d. 5-10-2013 (artikel 'Goed doen pakt verkeerd uit' door Carlijne Vos)


dinsdag 29 oktober 2013

De Eerste Kamer bij het grof vuil?



Nu de regering met een aantal oppositiepartijen het zogenaamde Herfstakkoord heeft gesloten, is de discussie over het al of niet afschaffen van de Eerste Kamer geluwd, maar er hoeft maar weinig te gebeuren (denk aan het eerdere Kunduz of Lenteakkoord) of de overeenkomst heeft zijn uiterste houdbaarheid bereikt en de discussie over de Senaat zal opnieuw gevoerd gaan worden.
Wat is het probleem? Het huidige kabinet heeft in de Tweede Kamer een meerderheid, maar vormt - helaas voor Rutte en Samson - een minderheid in de Eerste Kamer. Dit heeft tot gevolg dat het kabinetsbeleid, waarvoor dus in de Tweede Kamer een meerderheid is, in de Eerste Kamer dreigt te worden afgeschoten, omdat de oppositiepartijen die daar meer zetels hebben, tegenstemmen. Dat is onlangs nog gebeurd met de plannen voor herziening van het pensioenstelsel, dat een centrale rol speelt in de bezuinigingsplannen van het kabinet Rutte II.

De Eerste Kamer - zo betogen veel tegenstanders - wordt hierdoor een politiek instrument, een soort doublure van de Tweede Kamer, terwijl dat nu net niet de oorspronkelijke opzet was.
De Eerste Kamer kwam in 1815 tot stand door splitsing van de Staten Generaal in een Tweede en Eerste Kamer (let op de volgorde!). Het gebeurde op speciaal verzoek van de Zuidelijke Nederlanden, die de adel een plaats in het parlement wilde geven. Aanvankelijk benoemde de koning de leden van de Eerste Kamer voor het leven. Later veranderde dat en werd bepaald dat de leden van de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.
Vanaf het begin lag het politieke primaat bij de Tweede Kamer (vandaar dat die hierboven als eerste werd genoemd). Voor de Eerste Kamer had men meer een rol in de luwte in gedachten: het moest een 'Chambre de Réflexion' zijn, met als taak het checken van het werk van de Tweede Kamer op kwaliteit en deugdelijkheid. In 19e eeuwse taal heette dat: "overijling in de raadplegingen voorkomen" en "...aan [...]driften heilzame palen stellen".

Al snel echter kwamen de twijfels aan het nut van de Eerste Kamer. Thorbecke, de grondlegger van ons parlementaire stelsel, noemde de Eerste Kamer in 1848 "zonder grond en doel" en voorzag dat de Senaat "waar zij niet gedwee volgt, slechts een aanleiding tot misnoegen en tweespalt [zal] zijn".
Tegenstanders van nu gebruiken dezelfde redenering: zolang de Eerste Kamer volgzaam het werk van de Tweede Kamer nog eens dunnetjes overdoet, is zij eigenlijk overbodig. Laten senatoren hun terughoudendheid varen, nemen zij een politieke rol aan, dan gaan zij hun boekje te buiten. Opheffen dus, die Eerste Kamer! Dat scheelt een hoop tijd en geld.
Om deze redenen hebben diverse landen met een tweekamerstelsel de Eerste Kamer al afgeschaft.

Maar - zo werd terecht in de Volkskrant* opgemerkt -: als de Senaat wordt opgeheven, wie neemt dan de toetsing van wetsvoorstellen aan grondwet, 'uitvoerbaarheid' en 'Europa' (waar de Tweede Kamer niet aan toe komt) over? In Duitsland wordt dit gedaan door het Bundesverfassungsgericht. Het Nederlandse equivalent hiervan is bijvoorbeeld de Raad van State. Maar die is weer niet gekozen.
De democratische legitimiteit van de Eerste Kamer is ook niet om naar huis te schrijven, gezien het feit dat de Eerste Kamerleden door de Provinciale Staten worden gekozen en de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen minder dan 50% is. Maar het is wél een gekozen orgaan.
Bovendien is voor opheffing van de Senaat een grondwetswijziging met 2/3 meerderheid in Tweede en Eerste Kamer nodig. Conclusie: voorlopig is de Eerste Kamer nog niet weg.

Meer weten over de Eerste Kamer?
In de Bushuisbibliotheek en andere bibliotheken van de UvA zijn een flink aantal titels over de Senaat te vinden. Allereerst is er het proefschrift van Bert van den Braak uit 1998: De Eerste Kamer: geschiedenis, samenstelling en betekenis, 1815-1995. 
Er is ook een interessante vergelijking tussen het Engelse House of Lords, de Duitse  Bundesrat, de Franse Sénat en onze Eerste Kamer door E.T.C. Knippenberg uit 2002.
Van meer recente datum  is er een bundel afkomstig van de SP, die net als de PVV, Groen Links en D66 al jaren voor opheffing van de Eerste Kamer pleit, getiteld:  De Eerste Kamer: de andere kant van het Binnenhof:, toen, nu, straks. (2011).
Tenslotte wil ik noemen het standaardwerk De eerste honderdvijftig jaar: parlementaire geschiedenis van Nederland 1796-1946 door J.Th.J. van den Berg en J.J.Vis (2013)

 *Artikel R. Giebels, Die Eerste Kamer, kan die niet weg? In: De Volkskrant d.d. 12-10-2013

vrijdag 6 september 2013

Academische vaardigheden voor politicologen


 

In navolging van de UvA-afdeling Sociologie, waar bij het vak Academische vaardigheden de bundel Sociologie als ambacht wordt gebruikt, hebben nu ook de UvA-politicologen een eigen bundel, getiteld Academische vaardigheden voor politicologen.
Een dergelijke bundel werd bij de UvA-opleiding politicologie al een tijd node gemist. Er waren wel diverse boeken over dit onderwerp beschikbaar, maar meestal was dan slechts een deel van zo'n boek van toepassing, dat dan weer gecombineerd moest worden met een hoofdstuk uit een ander boek etc.
Heel goed dus dat de UvA docenten POL Marcel Maussen en Madeleine Moret het initiatief namen tot deze bundel en als redacteurs hun mede-docenten zover kregen om afzonderlijke hoofdstukken te schrijven.
In het voorwoord schrijven Maussen en Moret, dat de bundel bedoeld is als nieuw handboek voor de bacheloropleiding politicologie. In dit studiejaar 2013-2014 zal het boek voor het eerst worden gebruikt in het 1e en 2e jaar en in het schakelprogramma. Aan de hand van ervaringen in de praktijk en opmerkingen/suggesties van studenten en docenten zal vervolgens een herziene editie worden gemaakt. 

Het boek ziet er flitsend uit (altijd meegenomen bij een vak dat door studenten over het algemeen niet als het meest flitsend wordt beoordeeld :-) ) en leest prettig door de heldere opmaak. 
Het eerste hoofdstuk (auteurs: Maussen en Moret) heeft als titel: 'Leren studeren'.Het tweede hoofdstuk gaat over zoeken en vinden van informatie en is geschreven door mijn collega Stefano Giani en mijzelf.
Marijke Mossink tekende voor de volgende twee hoofdstukken, resp. over conceptualisering en  argumenteren.In hoofdstuk 5 behandelen Sarah de Lange en Armen Hakhverdian onderzoeksvaardigheden, waarna Boris Slijper ingaat op algemene schriftelijke vaardigheden en het schrijven van een bachelorscriptie. Tenslotte zijn er nog hoofdstukken over presenteren (auteurs: Rik-Jan Brinkman en Bram Creusen) en academsiche ontwikkeling (auteur: Sander van Haperen).
Het boek is voor eerste- en tweedejaars studenten politicologie en schakelstudenten van de UvA voor 15 euro te koop bij de Onderwijsbalie in het Bushuis.