Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

dinsdag 6 november 2012

De rotte appels in het openbaar bestuur



Over de kloof tussen burgers en de politiek zijn boekenkasten volgeschreven. Het komt er kortgezegd op neer dat burgers bar weinig vertrouwen hebben in de politiek en het gevoel hebben dat er niet naar hun geluisterd wordt. Daarnaast zien veel burgers politici als zakkenvullers of graaiers, die het algemeen belang totaal uit het oog hebben verloren.
Het toch al wankele vertrouwen tussen burgers en politiek heeft in de afgelopen weken weer keer op keer een gevoelig knauw gekregen na het bekend worden van diverse gevalen van corruptie in het openbaar bestuur. Zo moest de VVDer Jos van Rey eind oktober terugtreden als wethouder van Roermond, onder verdenking van het aannemen van smeergeld en het lekken uit de vertrouwenscommissie voor de benoeming van een nieuwe burgemeester.Ook in de provincie Noord-Holland speelt een omvangrijke corruptieaffaire, waarbij onder andere de VVD-gedeputeerde Ton Hooijmaijers het veld moest ruimen. Hij wordt ervan verdacht zijn contacten in de vastgoedsector te hebben bevoordeeld. Bovendien vertoonde hij 'buitensporig declaratiegedrag'(zonder bonnetjes), hetgeen door de toenmalig Commissaris van de Koningin Harry Borghouts (Groen Links) - zelf ook gestruikeld over een bonnetjesaffaire - werd toegestaan.

Al deze affaires roepen de vraag op hoe corrupt het Nederlandse openbaar bestuur eigenlijk is. Zijn we afgegeleden naar het niveau van een land als Italië of valt het misschien mee?
Ook over deze vraag is literatuur voorhanden, al is het niet veel als die over de kloof burgers/politiek.
In 2005 publiceerden bestuurskundige Leo Huberts (VU) en Hans Nelen, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Maastricht het boek Corruptie in het Nederlandse openbaar bestuur: omvang, aard en afdoening. Een van de uitkomsten van hun onderzoek was dat bij overheidsinstanties jaarlijks 130 interne onderzoeken worden verricht naar corruptie en dat gemiddeld 50 gevallen tot strafrechtelijk onderzoek leiden. Maar dit zijn lang niet alle gevallen, zo betoogt Nelen in het Haarlems Dagblad*: Veel gevallen worden aan het oog onttrokken doordat zij intern worden afgehandeld.
De overheid heeft wel maatregelen genomen tegen corruptie, aldus Nelen. Zo werd het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (Bing) opgericht, om integriteitsschendingen te onderrzoeken, maar dat gebeurt altijd achteraf.
Wil je corruptie voorkomen dan is volgens Nelen een verandering van de bestuurscultuur nodig. Wat daarbij opvalt is dat van bestuurders en ambtenaren wordt geëist dat zij ondernemend zijn en achter hun bureau vandaan komen. Maar die contacten met de vastgoedwereld mogen niet te innig worden. Als bestuurders zelf (of via hun partner) ook nog zakelijke belangen hebben, gaat het al gauw mis.
Ook de passiviteit van de omgeving vormt een probleem. Zowel Van Rey als Hooijmaijers zijn sterke, dominante persoonlijkheden, die geen tegenspraak dulden en zich met jaknikkers hebben omringd.De remedie moet dus gezocht worden in openheid, behoorlijk bestuur en een goede politieke controle.

Soortgelijke conclusies worden getrokken in het pas verschenen rapport Ondernemend bestuur van de Commissie Schoon Schip. Deze commissie, bestaande uit J. de Vries, hoogleraar bestuurskunde Universiteit Leiden, J.H.J. van den Heuvel, emeritus hoogleraar Beleidswetenschappen (VU) en M. Pheijffer, hoogleraar accountancy aan Nyenrode Business University, toog al eind vorig jaar aan het werk om de bestuurscultuur in de provincie Noord-Holland te onderzoeken.
Waar Huberts en Nelen aangeven dat de geconstateerde corruptiegevallen wellicht het topje van de ijsberg vormen, vinden de drie hoogleraren van Schoon Schip echter dat het in Noord-Holland wel meevalt. Zij wijzen Hooijmaijers aan als grootste rotte appel, beschrijven hoe ook oud-commissaris Borghouts, ex-gedeputeerden Moens (Groen Links) en Meijdam (VVD) over de schreef gingen en komen desondanks tot de slotsom  dat 'het geen boevenbende [was] bij de provincie Noord-Holland'.

Het boek van Huberts en Nelen is te leen bij de Bushuisbibliotheek (onder nummer 88.10 080)

* Haarlems Dagblad 25-10-2012 en 2-11-2012

donderdag 20 januari 2011

Politici met een zachte g

Nu Jolande Sap Femke Halsema heeft opgevolgd als fractievoorzitter van Groen Links, worden er al drie partijen geleid door een politicus afkomstig uit het zuiden: behalve Sap zijn dat de SP met Emile Roemer en de PVV met Geert Wilders. Het CDA heeft met Sybrand van Haersma Buma weliswaar geen fractievoorzitter met een zachte g, maar doet toch verder leuk mee met twee Limburgse ministers, nl. Maxime Verhagen (Economische Zaken) en Gerd Leers (Migratie en Asiel). Het was eind vorig jaar voor een redacteur van  NRC Handelsblad aanleiding om te schrijven over de 'informele macht van de zachte g in de Tweede Kamer.'
Toch zijn de zuiderlingen in absolute aantallen nog steeds ondervertegenwoordigd in de Kamer. Van de 150 tweede Kamerleden zijn er 13 in Limburg geboren en 11 in Noord-Brabant. Dat is 16% van het totaal. En dat terwijl 21% van onze bevolking in die twee provincies woont....
De meest 'zuidelijke' fractie in de Kamer is die van de SP: 6 van de 15 leden zijn geboren in Limburg of Brabant. Daarna komt de PVV met 6 van de 24.
Ondanks haar zuidelijk imago komt het CDA op de laatste plaats: slechts 4 van de 21 fractieleden zijn afkomstig uit het zuiden. *

Wie geinteresseerd is in de geografische en/of sociale herkomst van de leden van het Nederlandse parlement kan terecht bij een Leids proefschrift uit 1983:
J.Th.J. van den BERG, De toegang tot het Binnenhof: de maatschapelijke herkomst van de Tweede-Kamerleden tussen 1849 en 1970.
Beschikbaar in de Bushuisbibliotheek onder nummer 89.51 116.

In 2004 publiceerde dezelfde auteur samen met B.H. van den Braak een vervolg, getiteld:
Kamerleden als passanten in de Haagse politiek: de maatschappelijke herkomst van Tweede Kamerleden 1970-2004.
In: C.C. van Baalen e.a.(red.), Het democratische ideaal. Jaarboek Parlementaire geschiedenis 2004.

Behalve de geografische en/of sociale herkomst kun je ook andere aspecten onderzoeken met betrekking tot parlementsleden c.q. politici. Zo is ook in het buitenland veelvuldig onderzoek gedaan naar de vraag hoe vrouwen vertegenwoordigd zijn, of hoe het zit met de politieke representatie van homoseksuelen en lesbiennes.
Dit laatste was het uitgangspunt voor  het boek Out and running: gay and lesbian candidates, elections and policy representation van D.P. Haider-Markel (2010).
Ook dit staat op de plank in de Bushuisbibliotheek (signatuur 89.57 310)

* Cijfers afkomstig uit artikel Freek Staps, NRC Hnadelsblad d.d. 24-12-2010.

donderdag 30 september 2010

Vanwaar de ruk naar rechts?

Rechts is in opmars in Europa. Behalve in Nederland heeft extreemrechts in Engeland, Belgie, Hongarije en Frankrijk flink gewonnen bij parlementsverkiezingen. Sinds kort kan aan dit rijtje ook Zweden worden toegevoegd, waar de Sverigedemokraterna (SD) 5,7% van de stemmen won, een verdubbeling ten opzichte van 2006.
Over het waarom  van de rechtse zegetocht wordt al decennia lang nagedacht. Wetenschappers wijzen op de globalisering als oorzaak. Hierdoor worden mensen op zichzelf teruggeworpen en vinden zij geen houvast meer bij de traditionele partijen.
De rechts-populistische partijen springen in dit 'gat', verwoorden de zorgen van de mensen en gebruiken daarbij bewuste vijandbeelden: een slappe, falende overheid, de almachtige EU, immigranten die banen  inpikken etc.


Bij de PVV van Wilders is de islamisering van de samenleving het centrale issue.
Zie daarover het onlangs verschenen boek van UvA-politicoloog en hoogleraar Meindert Fennema, getiteld Geert Wilders. De tovenaarsleerling. Amsterdam, 2010. ISBN:  9789035135345.
Zie ook Fennema's reaktie op het blog Bedreigde Democratie naar aanleiding van het verwijt van een recensent, dat hij te weinig distantie tot zijn onderwerp zou hebben bewaard.

Hoewel de meeste rechtspopulistische partijen in Europa net als de PVV anti-allochtonenpartijen zijn, gaat het ook om andere zaken: bij de Lega Nord in Italie bijvoorbeeld is het steekwoord 'autonomie'.

Nog even terugkerend naar de oorzaak van de groeiende aanhang van extreemrechts: recentelijk is een onderzoek verschenen naar de motieven van twaalf jongeren die in contact zijn geweest met extreemrechtse bewegingen en zich daar uiteindelijk van hebben afgekeerd. Doel is inzicht te verschaffen in de factoren, die leiden tot radicalisering en deradicalisering. Het verscheen in de reeks Monitor Racisme & Extremisme en is van de hand van Ineke van der Valk en Willem Wagenaar (beiden onderzoeker bij de Anne Frankstichting) en Froukje Demant, politicoloog.
De titel luidt In en uit extreemrechts. Amsterdam/Leiden, 2010.
ISBN: 9789085550297.

Zowel dit boek als dat van Fennema over Wilders zijn door de Bushuisbibliotheek aangeschaft en staan op de plank onder respectievelijk signatuur 89.21 091 en 89.29 022.

maandag 31 mei 2010

Via Twitter naar het Torentje

In deze dagen voorafgaand aan de Tweede Kamer-verkiezingen op 9 juni is het in kranten en op tv een geliefd thema: hoe politici sociale media als Hyves, Facebook en de berichtendienst Twitter gebruiken om zoveel mogelijk stemmen binnen te halen en zo het Torentje in Den Haag te bereiken.
Koplopers op Hyves zijn Balkenende met bijna 200.000 vrienden en PVVer Geert Wilders met 86.000 vrienden.* Op Twitter is een partijgenoot van Balkenende, Maxime Verhagen al lange tijd actief, hoewel Groen Links lijsttrekker Femke Halsema er ook wat van kan.
In de afgelopen weken hebben met uitzondering van Mark Rutte ook alle andere lijsttrekkers zich op Twitter aangemeld. Niet zozeer om met de kiezer te communiceren, alswel om de verkiezingsboodschap uit te dragen. Dit laatste bleek uit een onderzoek van de NOS, dat afgelopen zondag in het NOS-journaal werd gemeld: de meeste lijsttrekkers geven niet of nauwelijks antwoord op vragen die hen via Twitter worden gesteld. De enige die dit wel en in ruime mate deed is Marianne Thieme, lijsttrekker van de Partij voor de Dieren, die van de NOS dan ook de 1e prijs krijgt als "actiefste en sociaalste twitteraar".

Een politicus die al jaren geleden de kracht van sociale netwerken onderkende is de huidige Amerikaanse president Barack Obama.
Zijn campagneteam mobiliseerde in 2008 Obama's 'volgelingen' via Facebook,  zette toespraken van Obama op You Tube en verspreidde campagnenieuws via e-mail en sms, voordat de traditionele media dat konden brengen.
Lees er alles over in het boek
Communicator-in-chief: how Barack Obama used new media technology to win the White House.
Auteur: J.A. Hendricks
Plaats en jaar van uitgave: Lanham MD, 2009
En : te leen in de Bushuisbibliotheek (op de plank te vinden onder nummer 89.57 297)

* Cijfers afkomstig uit: artikel 'Via Twitter naar het Torentje'  in: Haarlems Dagblad, d.d. 22-5-2010